maandag 18 januari 2016

De landing


De landing


"We naderen het eiland", zei ik. Terwijl het kleine vliegtuig rammelend het vliegveld van het eiland naderde, kreeg ik een beangstigend gevoel. Ik dacht aan mijn moeder en waarom ze om mijn hulp vroeg maar dat ging ik snel te weten komen. Aan de ander kant dacht ik, waarom zou ik mijn moeder redden? Ze had mij in de steek gelaten voor al die jaren.

 Ineens kwam er een sterke wind die het kleine vliegtuig uit balans duwde. Jim riep: "Hou je stevig vast!". Ik vertrouwde op Jim dat hij het vliegtuig weer recht zou krijgen. Ik nam het eerste handvat dat ik zie vast. Plots rolde het vliegtuig een paar keer. Ik hoopte dat Jim met al zijn vliegervaring van vroeger het vliegtuig weer stabiel kon krijgen maar dat gebeurde niet.

Hoe dichter we bij het eiland kwamen hoe meer ik zag van het eiland. Ik zag grote gebouwen en een afgelegen vliegveld. Er lagen overal keien op het vliegveld. Ik zei tegen Jim dat hij moet uitkijken voor die keien maar Jim luisterde niet. Terwijl we landden op het vliegveld zat de zon recht in de ogen van Jim en Ik. We konden niks zien dit was een ramp. Toen voelde ik een paar hobbels. Het was heel erg ongezellig. 

Terwijl de deur open ging moest ik denken aan de reis die ik had mee gemaakt en de gevaren van dit eiland. Sommigen zeiden dat je nooit meer van dit eiland af kon geraken maar ik ging alles doen voor mijn moeder! Ik stapte uit het vliegtuig en ik zong een vrolijk liedje. Ik keek met grote ogen naar het beschadigd vliegtuig. "We kunnen hier nooit meer weg! Nee, Nee, Nee ", zei ik. Maar ik ging wel een weg terug vinden nadat ik mijn moeder had gevonden!

(Vitro, J. Khoury, 339 P, ****)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten